Goede Vrijdag Dienst

In de dienst op Goede Vrijdag zal voor de lijdensmeditatie gebruik worden gemaakt van de kruiswegstaties die de kunstenaar Aad de Haas na de 2e wereldoorlog maakte voor het kerkje in Wahlwiller. In onderstaand een artikel in het Dagblad Trouw van 10 april 1996 vindt u een toelichting op de de bijzondere geschiedenis van deze kunstwerken.

De schilder droeg de gewraakte staties eigenhandig de Cunibertuskerk uit

Van onze correspondent WAHLWILLER – Tussen 1946 en 1948 schilderde Aad de Haas (link: Aad de Haas) voor het Cunibertuskerkje van het dorpje Wahlwiller, vlakbij Wittem, zestien kruiswegstaties, waarop het lijden van Christus te zien is.

Hij had zich geen mooiere toonzaal kunnen dromen: de kerk (eerste helft twaalfde eeuw) is een van laatste overgebleven Romaanse zaalkerkjes in Zuid-Limburg (link: Cunibertuskerk)

De Haas’ kruisweg week in alles af van de tot dan toe gebruikelijke – vaak zoete – staties in Limburgse parochiekerken. Tegen een mosgroene achtergrond schilderde De Haas de personages uit het lijdensverhaal als geheimzinnige, bijna abstracte schimmen.

Zijn werk leidde in 1949 tot een heuse rel. In dat jaar werd namelijk een serie passieprenten, die De Haas had gemaakt voor een boek met lijdensmeditaties, door het Vaticaan verboden. Dat was voor de toenmalige ‘vaderbisschop’ Lemmens van Roermond reden genoeg om de verwijdering van de kruiswegstaties van De Haas te eisen.

In 1949, uitgerekend op Goede Vrijdag, droeg de kunstenaar de op losse panelen geschilderde staties zelf de kerk uit en verkocht ze voor een gering bedrag aan de Stichting Limburgs Kunstbezit. Deze bracht de ‘verbannen’ staties onder in het Bonnefantenmuseum in Maastricht.

Daar bleven ze tot eind 1980, toen bisschop mgr J. Gijsen toestemming gaf de kruiswegstaties weer over te brengen naar hun oorspronkelijke plaats van bestemming: het Cunibertuskerkje van Wahlwiller. Maar verontschuldigingen aan het adres van de nabestaanden van De Haas werden nooit gemaakt. Dat deed bisschop Wiertz op paasmaandag in Wahlwiller in aanwezigheid van de 81-jarige weduwe N. de Haas-Koekman.

Tijdens de presentatie van het boek ‘Aad de Haas, de schilderingen en kruiswegstaties in de Sint Cunibertuskerk te Wahlwiller’  trok de bisschop het boetekleed aan. “Het is goed om in het jaar van de verzoening oude rekeningen te vereffenen en heel nadrukkelijk te zeggen dat ons spijt dat met name Aad de Haas zelf en ook zijn familie geleden heeft onder een besluit dat we nu moeilijk meer kunnen volgen. Wij kunnen ons bijna niet meer voorstellen – ik althans niet – hoe mensen in de jaren vijftig zo vreemd tegen deze kruisweg hebben kunnen aankijken.”

Volgens Wiertz was het in de Middeleeuwen heel gebruikelijk om bijbelse verhalen actueel en eigentijds af te beelden. “Pas vanaf de romantiek zijn kunstenaars het leven van Christus gaan historiseren en is men in afbeeldingen teruggegaan tot het Romeinse Rijk. In de jaren vijftig van deze eeuw hadden veel mensen nooit andere kruiswegen en heiligenbeelden hebben gekend dan de romantische.” Het expressionisme van De Haas was te moeilijk.

De vrouw van de overleden kunstenaar toonde zich na afloop van de presentatie van het boek verheugd over de rehabilitatie, al had het haar man waarschijnlijk weinig kunnen schelen, zei ze. “We hebben er altijd hartelijk om gelachen. Als een paar monseignori met de vuisten tegen ons te zwaaiden, zei mijn man: ‘Moet je die paarse buiken eens zien’ en dan lagen wij in een deuk. Het was heel humoristisch, zonder dat de mensen die daarvoor zorgden dat zelf in de gaten hadden.”

Goede Vrijdag Dienst